Overslaan en naar de inhoud gaan

Craniosynostose

Craniosynostose is een aangeboren aandoening van de schedel. Bij deze aandoening sluiten één of meer naden in de schedel te vroeg. De oorzaak van craniosynostose kan een verandering in het erfelijk materiaal zijn. Maar de oorzaak is niet altijd bekend. De gevolgen van craniosynostose verschillen van persoon tot  persoon.

De schedel bestaat uit verschillende botten. Deze botten raken elkaar bij de naden. Deze naden zitten in de eerste jaren van je leven nog los van elkaar. Zo kunnen de hersenen en de schedel groeien.
Maar bij craniosynostose sluiten één of meer naden te vroeg. Dat gebeurt soms al voor de geboorte. De schedel kan op die plek dan niet meer groeien. Het gevolg is dat de schedel op een andere plek waar nog wél ruimte is, extra gaat groeien. Dan kunnen de vorm van het gezicht en de schedel van een baby veranderen. Welke vorm de schedel krijgt hangt af van welke naad te vroeg sluit.

Een baby kan alleen een craniosynostose hebben. Dat noemen we craniosynostose zonder syndroom (niet-syndromale craniosynostose). Deze vorm komt het meeste voor.

Maar een baby kan behalve de craniosynostose ook nog andere klachten hebben. Bijvoorbeeld aandoeningen van de armen en benen of problemen met het gehoor. Dan hoort de craniosynostose bij een syndroom. Dit noemen we syndromale craniosynostose. Voorbeelden hiervan zijn het Apert syndroom en het Crouzon syndroom.

Door de veranderingen in de groei van de schedel kunnen ook afwijkingen in het gezicht ontstaan. Zoals uitpuilende of wijd uit elkaar staande ogen, oren die niet op gelijke hoogte staan, afwijkingen aan de neus of afwijkingen aan de mond en keelholte. Dan kunnen problemen ontstaan met bijvoorbeeld het ademen en het zien.
Soms is sprake van een ontwikkelingsachterstand. Die kans is er vooral voor kinderen met syndromale craniosynostose.

Als een kind een craniosynostose heeft, is het belangrijk dat dit zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Want als schedelnaden te vroeg sluiten, is er voor de hersenen niet altijd genoeg ruimte meer om te groeien. De druk in de hersenen neemt dan toe. Dan gaan de hersenen soms minder goed werken. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld praten en bewegen. Het is daarom van belang dat een kind zo snel mogelijk verwezen wordt naar een expertisecentrum voor craniofaciale aandoeningen.

Heb je een vraag? erfolijn [at] erfocentrum.nl (subject: Vraag, body: Mail%20ons%20uw%20vraag%3B%20binnen%205%20werkdagen%20ontvangt%20u%20een%20antwoord.%20%0A%0AMijn%20vraag%20is%3A%20%0A) (Mail) ons.

ALLES OPENEN