Overslaan en naar de inhoud gaan

Zijn wij familie van elkaar?

‘Je ziet meteen dat jullie zussen zijn’, of: ‘typisch je vader’ hoor je misschien wel eens.
Vaak zie of merk je dat iemand bij een bepaalde familie hoort.
Ouders geven eigenschappen aan hun kinderen door.

Twijfel over biologische familie

Maar wat als je eigenlijk helemaal niet zo op je ouders lijkt? Omdat je bijvoorbeeld een heel andere oogkleur, huidskleur, lengte of bloedgroep hebt? Of je hebt het gevoel dat je niet echt bij de familie hoort? Dan kun je gaan twijfelen of je familie bent. Vaak is dat niet nodig. Mensen lijken namelijk niet altijd op hun ouders.
Als je toch twijfelt, kun je een verwantschapstest laten doen. Dat is een DNA-onderzoek waaruit kan blijken of mensen wel of geen familie van elkaar zijn.

Eigenschappen zitten in je genen

Je erfelijke eigenschappen zitten in je genen. Die bepalen bijvoorbeeld je oogkleur, je haarkleur en hoe lang je wordt. Ieder gen bestaat uit één kopie van je vader en één kopie van je moeder. En in de genen van je ouders zitten weer kopieën van hun ouders, enzovoort. Het ligt er dus maar net aan welke kopie je geërfd hebt, hoe een eigenschap tot uiting komt. Daarom kun je een heel andere oogkleur of huidskleur hebben dan je familieleden. Of een ander karakter hebben.
Maar niet alleen je genen bepalen hoe je eruit ziet. Ook hoe je leeft, woont en eet heeft bijvoorbeeld invloed.