Overslaan en naar de inhoud gaan

Trombotische trombocytopenische purpura (TTP)

Trombotische trombocytopenische purpura (TTP) is een aandoening van het bloed waardoor een tekort aan bloedplaatjes ontstaat. Trombotische trombocytopenische purpura begint vaak tussen het twintigste en veertigste levensjaar, maar dat kan ook op een andere leeftijd zijn. De kenmerken verschillen per persoon.

In ons bloed zitten rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof die nodig is om het lichaam goed te laten werken. Witte bloedcellen zijn belangrijk voor het afweersysteem. Bloedplaatjes hebben een rol bij de bloedstolling.

Bij TTP zit er meestal te weinig van een bepaald enzym in het bloed. Het gevolg is dat de bloedplaatjes aan elkaar klonteren. Daardoor daalt het aantal bloedplaatjes. De geklonterde bloedplaatjes kunnen ook de kleine bloedvaten afsluiten. 

Kenmerken van TTP kunnen onder andere zijn:
- koorts
- hoofdpijn
- malaise (algeheel slecht voelen)
- diarree
- blauwe plekken
- bloedingen, bijvoorbeeld bloedneuzen, en puntploedinkjes op de huid.

Als TTP niet behandeld wordt kunnen ook nierproblemen en neurologische problemen zoals verwardheid, moeilijk spreken, epilepsie of verlammingsverschijnselen ontstaan.

Meestal is TTP een auto-immuun ziekte.

Heel soms is TTP wel erfelijk. Dan komt het door een verandering in het erfelijk materiaal. Deze vorm begint meestal op de kinderleeftijd.

ALLES OPENEN