Overslaan en naar de inhoud gaan

Common variabele immuundeficiëntie (CVID, gewone variabele immuundeficiëntie)

CIVD is de afkorting van common (gewone) variabele immuundeficiëntie: gewone variabele immuundeficiëntie. Dit is een verzamelnaam voor een groep aandoeningen van de afweer. Ze hebben dezelfde soort kenmerken, maar verschillende oorzaken. Bij CVID zijn er te weinig afweerstoffen (immuunglobulinen) waardoor een deel van de afweer niet goed werkt. De afweer beschermt het lichaam tegen ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen. Antistoffen spelen een rol in die afweer. 

Gewone variabele immuundeficiëntie kenmerkt zich door terugkerende en langdurige infecties in de bovenste luchtwegen (voorhoofd en neus) en longen. Darmproblemen zoals diarree en moeheid kunnen ook voorkomen. 

Daarnaast is er bij CVID een hoger risico op auto-immuun ziekten. Er is ook een licht verhoogd risico op bepaalde vormen van kanker, vooral lymfomen.

De kenmerken van CVID kunnen op elke leeftijd beginnen. In 25% (25 op 100) van de gevallen wordt de ziekte op kinderleeftijd vastgesteld. Meestal begint de ziekte op jong volwassen leeftijd. De ziekte komt even vaak bij vrouwen als bij mannen voor. De klachten kunnen erg verschillen van persoon tot persoon. 

ALLES OPENEN
    • Andere namen voor deze ziekte

      Gewone variabele immuundeficiëntie (CVID)
      Common variable immunodeficiency
      CVID
      Laat beginnende (late-onset) hypogammaglobulinemie (vroegere naam)

    • Hoe wordt deze ziekte vastgesteld?

      Op grond van de bovenstaande klachten kan worden vermoed dat het om CVID gaat. De diagnose wordt meestal gesteld door een kinderarts of een internist/immunoloog. De diagnose wordt vaak laat gesteld, onder andere omdat het lastig is voor de patiënt en de arts waar de grens ligt van wat normaal is, en wanneer verder onderzoek nodig is. Artsen hebben criteria opgesteld waaraan een patiënt moet voldoen om de (mogelijke) diagnose CVID te stellen. Om de diagnose te stellen is tenminste bloedonderzoek nodig, soms aangevuld met onderzoek van de werking van de longen (longfunctieonderzoek) of onderzoek door de radioloog.

    • Is er behandeling voor deze ziekte?

      CVID kan niet worden genezen en moet op de problemen van de patiënt worden afgestemd. Het is van belang dat iemand met CVID probeert om infecties te voorkomen, door een goede lichaamshygiëne en voedselhygiëne. De gevolgen van CVID kunnen verminderen door antistoffen toe te dienen via een infuus of via spuiten onder de huid. Als er een infectie optreedt, moet deze snel en krachtig behandeld worden, bijvoorbeeld met antibiotica. Sommige patiënten krijgen uit voorzorg antibiotica.

    • Hoe vaak komt het voor?

      Common variabele immuundeficiëntie komt over de hele wereld bij ongeveer 1 tot 2 op 50.000 personen voor.

    • Is deze ziekte erfelijk?

      De oorzaak van CVID is nog niet precies bekend. Mogelijk spelen erfelijke factoren en omgevingsfactoren een rol bij het ontstaan van CVID. Mogelijk erft common variabele immuundeficiëntie dus multifactorieel over. Bij 10 tot 20% (10 tot 20 op 100) van de patiënten komt de ziekte in de familie (familiair) voor, dan zal een arts sneller aan een erfelijke oorzaak denken. De behandelend immunoloog kan samen met de klinisch geneticus nagaan of erfelijkheidsonderzoek nodig is.