Overslaan en naar de inhoud gaan

Fryns syndroom

Baby’s met Fryns syndroom hebben een gat in het middenrif en nog andere kenmerken. Die kenmerken kunnen van baby tot baby verschillend zijn. Ook de ernst van de kenmerken kan anders zijn. 

Door het gat in het middenrif kan een deel van de darmen en de organen die in de buik horen, in de borstholte terecht komen. Dat gebeurt al tijdens de zwangerschap en zorgt er vaak voor dat de longen zich niet goed kunnen ontwikkelen. Na de geboorte kunnen de baby’s daarom grote problemen met ademen hebben.

Kinderen met Fryns syndroom lijken vaak meer op elkaar dan op hun familie. Hun ogen staan meestal ver uit elkaar. De neus heeft meestal een dikke punt. De meeste  kinderen hebben een grote mond een kleine kin. Ook is de afstand tussen de mond en de neus vaak groter. Sommige kinderen hebben schisis. Soms hebben ze kleine ogen, hun hoornvlies kan troebel zijn. Bij de meeste kinderen zijn de oren anders van vorm en ze zitten vaak lager aan hun hoofd vast.

Meestal hebben kinderen met Fryns syndroom korte vingers en tenen. Ze hebben vaak kleine nagels, of geen nagels. Soms zijn de vingers gebogen en kunnen ze die niet recht doen. Sommige kinderen hebben extra ribben. Bij sommige kinderen groeit de rug krom (scoliose).

Soms hebben ze afwijkingen van het hart, zoals een gaatje in de wand tussen de boezems van het hart (atrium septum defect) of in de wand tussen de kamers van het hart (ventrikel septum defect) Soms hebben ze een afwijking van de grote lichaamsslagader (aorta).

Ook afwijkingen van de hersenen komen voor. Bij enkele kinderen zijn de hersenkamers te groot. Soms hebben ze geen hersenbalk. Een paar kinderen met Fryns syndroom zijn geboren met cystes in de nieren. Soms zijn de nieren niet goed gegroeid. Meisjes hebben soms een afwijking aan de baarmoeder. Bij jongens kunnen de teelballen niet ingedaald zijn (cryptorchidisme). Sommige kinderen hebben iets aan de darmen, zoals een malrotatie, omfalocele of een anorectale malformatie.

De meeste kinderen met het Fryns syndroom sterven kort na de geboorte, omdat hun longen niet goed werken. De kinderen die overleven, hebben vaak een achterstand in het leren bewegen en praten. Ook hebben ze een milde tot ernstige verstandelijke beperking.

Heb je een vraag? erfolijnaterfocentrum.nl (body: Mail%20ons%20uw%20vraag%3B%20binnen%205%20werkdagen%20ontvangt%20u%20een%20antwoord.%20%0AMijn%20vraag%20is%3A%20%0A) (Mail) ons.

ALLES OPENEN
    • Andere namen voor deze ziekte

      Fryns syndrome

    • Hoe wordt deze ziekte vastgesteld?

      Dokters kunnen vaststellen dat het om Fryns syndroom gaat als een kind de kenmerken heeft zoals die hier boven staan. Soms kan er DNA-onderzoek worden gedaan.

    • Is er behandeling voor deze ziekte?

      Fryns syndroom gaat niet over. Dokters proberen met een behandeling de kenmerken minder te maken. Een kind met dit syndroom komt bij verschillende dokters en specialisten.

      De kinderarts erfelijke en aangeboren aandoeningen kan bepalen welke behandelingen een kind nodig heeft. Daar kunnen ook een kinderneuroloog, een kindercardioloog en andere behandelaars een rol bij hebben. Dokters kunnen operaties doen aan het gat in het middenrif. En ze kunnen proberen de darmen en andere organen weer in de buikholte te brengen. De oogarts kan de ogen controleren. De fysiotherapeut kan helpen bij het leren bewegen. De logopedist kan helpen bij het leren praten.

    • Hoe vaak komt het voor?

      Er zijn tot nu toe ongeveer 50 personen over de hele wereld die Fryns syndroom hebben of hadden.

    • Wat is de oorzaak van deze ziekte?

      Bij sommige mensen met Fryns syndroom is een afwijking in het PIGN-gen gevonden. Dit gen ligt op chromosoom 18, op de lange (q) arm op plek 21.33 (18q21.33).

    • Is deze ziekte erfelijk?

      Ja, Fryns syndroom is erfelijk. Waarschijnlijk erft deze aandoening autosomaal recessief over.

    • Kinderwens

      Heb je een kind met Fryns syndroom en wil je nog een kind? Dan heb je verschillende keuzes. Je kunt erover praten met je dokter. Als het nodig is kan hij of zij je verwijzen naar een erfelijkheidsarts. Het gesprek over de verschillende keuzes kun je voorbereiden.