Overslaan en naar de inhoud gaan

Rhesusfactor & erfelijkheid

De rhesusfactor is een soort bloedgroep. Hoe erf je een bepaalde rhesusfactor? En hoe kan het dat je een andere rhesusfactor hebt dan je ouders?

Genen ouders en rhesusfactor

Er zijn meerdere genen die een rol spelen bij het erven van de rhesusfactor. Iedereen heeft van de rhesusfactor-genen één kopie van de moeder en één kopie van de vader gekregen. Die bepalen welke rhesusfactor jij krijgt.

DD, Dd of dd

Hoewel er dus meer genen invloed hebben, doen we voor de uitleg alsof het maar om één gen gaat. Het rhesusfactor-gen is er in twee vormen: D en d. Als je rhesus-positief bent, heb je DD of Dd. Je hebt dan in ieder geval van één ouder een D geërfd. Ben je rhesus-negatief, dan heb je dd. Van beide ouders heb je dan een d gekregen. Wanneer je zelf vader of moeder wordt, geef je dus één van de twee vormen aan je kind door:

  • Vader en moeder geven D + D door → kind is DD = rhesus-positief
  • Vader en moeder geven D + d door → kind is Dd = rhesus-positief
  • Vader en moeder geven d + d door → kind is dd = rhesus-negatief

Zwangerschap en rhesusfactor

Een rhesus-negatieve vrouw, krijgt met een rhesus-positieve man rhesus-positieve kinderen óf rhesus-negatieve kinderen. Als hun kind rhesus-positief is, geeft dit soms een probleem tijdens de zwangerschap. Het lichaam van de rhesus-negatieve moeder gaat tegen het bloed van haar kind werken. Haar lichaam maakt antistoffen. Die komen in het bloed van haar kind. Hierdoor krijgen sommige baby’s bloedarmoede. Daarom wordt in het begin van de zwangerschap altijd bij vrouwen onderzocht wat hun rhesusfactor is.
Lees meer over rhesusbloedgroep en zwangerschap.

Heb je een vraag? erfolijn [at] erfocentrum.nl (subject: Vraag, body: Naam%3A%0A%0AMijn%20vraag%20is%3A) (Mail) ons.