Overslaan en naar de inhoud gaan

Hielprik

Is jouw kind net geboren? Dan kan je kind een hielprik krijgen. Met dit bloedonderzoek wordt gekeken of je kind bepaalde ziektes heeft.

Vroeg behandelen

Met een hielprik onderzoeken ze het bloed van een pasgeboren baby op een aantal erfelijke ziektes. Het gaat om ziektes die niet te genezen zijn, maar wel goed te behandelen. Als je vroeg begint met de behandeling, kan mogelijke schade bij de baby beperkt blijven.

Bloedonderzoek

Als ouders hun kind op het gemeentehuis aangeven, volgt de hielprik vanzelf. Een medewerker van de thuiszorg of de verloskundige komt langs en doet de hielprik bij het kind binnen een week na de geboorte.
Dan haalt de medewerker van de thuiszorg of de verloskundige bij de baby een paar druppels bloed uit de hiel met een apparaatje. Dit bloed wordt naar een laboratorium gestuurd. Hier onderzoeken ze het bloed  een aantal erfelijke aandoeningen. Meestal gebeurt dit door de hoeveelheid van een bepaalde stof in het bloed te meten. Bij sommige ziektes wordt ook het DNA onderzocht. Het gaat dan om cystic fibrosis en alfa-thalassemie.

Wel of geen hielprik?

Of je de hielprik bij je pasgeboren baby laat doen, is een persoonlijke keuze. Je bent niet verplicht om de hielprik te laten doen.
Het voordeel is dat er ziektes gevonden kunnen worden, die goed te behandelen zijn. Dit is belangrijk voor de gezondheid van de baby. Als blijkt dat je baby een ziekte heeft, dan hebben familieleden soms een hogere kans op een baby met deze ziekte. Zij kunnen zich dan voor een zwangerschap laten onderzoeken.
Sommige mensen laten geen hielprik doen, bijvoorbeeld vanwege hun geloofsovertuiging of omdat ze niet willen weten of hun kind een ziekte heeft.