Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwangerschapsdiabetes

Bij zwangerschapsdiabetes heeft een vrouw verhoogde suikerwaarden in het bloed. Die worden tijdens de zwangerschap ontdekt. 

Tijdens de zwangerschap heeft het lichaam meer insuline nodig om de suiker, die een vrouw via de voeding binnenkrijgt, te verwerken. Dat komt door de zwangerschapshormonen. Bij de meeste vrouwen maakt het lichaam dan zelf meer insuline aan en is er niets aan de hand. Soms is er een probleem met de insulineproductie in de alvleesklier en ontstaat een tijdelijke vorm van diabetes: zwangerschapsdiabetes. 

Als een vrouw zwangerschapsdiabetes heeft, merkt ze daar vaak niets van. Soms leidt zwangerschapsdiabetes tot moeheid, veel plassen en veel drinken. Zwangerschapsdiabetes kan gevolgen hebben voor de baby. De baby kan bij de geboorte te veel wegen (macrosomie). De bevalling kan daardoor moeilijk zijn. Zwangerschapsdiabetes kan er ook voor zorgen dat de longen van de baby langzamer rijpen. Na de bevalling kan de baby te weinig suiker in het bloed hebben.

Meestal verdwijnt zwangerschapsdiabetes na de bevalling. Soms is zwangerschapsdiabetes eigenlijk een teken van aanleg voor diabetes type 2. Ongeveer de helft van de vrouwen die zwangerschapsdiabetes heeft gehad, krijgt binnen 5 tot 10 jaar na de bevalling diabetes mellitus type 2.

ALLES OPENEN
    • Andere namen voor deze ziekte

      Diabetes gravidarum
      Gestational diabetes
      GDM

    • Hoe wordt deze ziekte vastgesteld?

      De diagnose zwangerschapsdiabetes wordt gesteld met bloedonderzoek. Zwangere vrouwen die meer kans hebben op zwangerschapsdiabetes worden hierop onderzocht. Meer kans op zwangerschapsdiabetes is er bijvoorbeeld bij overgewicht, of als er een direct familielid suikerziekte heeft. Ook als het ongeboren kind groter is dan gemiddeld of als er meer vruchtwater is dan normaal, kan dat reden zijn voor bloedonderzoek.

    • Is er behandeling voor deze ziekte?

      De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat meestal uit een aanpassing van het voedingspatroon. Als na een paar weken de bloedsuikerwaarden nog steeds te hoog zijn, moet een vrouw soms tijdelijk insuline spuiten. Tabletten die de bloedsuiker verlagen worden afgeraden vanwege de mogelijke bijwerkingen.  

      De baby krijgt de eerste uren na de geboorte extra controles van de bloedsuikerwaarden. Als deze te laag zijn, krijgt de baby extra voeding. Soms is dat niet voldoende, de baby krijgt dan een infuus met glucose.

      Vrouwen met zwangerschapsdiabetes hebben meer kans op het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2. Daarom krijgen zij het advies na de bevalling elk jaar hun bloedsuikerwaarden te laten controleren.

    • Hoe vaak komt het voor?

      In ongeveer 5 tot 10% (5 tot 10 op de 100) van alle zwangerschappen ontstaat zwangerschapsdiabetes.

    • Is deze ziekte erfelijk?

      Zwangerschapsdiabetes erft multifactorieel over.

    • Expertisecentra

      De minister van VWS heeft voor deze ziekte (nog) geen expertisecentrum aangewezen.