Overslaan en naar de inhoud gaan

Nevenbevindingen

Bij uitgebreid DNA-onderzoek is er een kleine kans dat er toevallig een aanleg voor een andere ziekte wordt ontdekt. Dat noemen we nevenbevindingen.

Gevolgen nevenbevindingen

Er kan bijvoorbeeld een verhoogde aanleg voor kanker of voor een hartaandoening gevonden worden. Dit heeft dan gevolgen voor familieleden, want zij kunnen die aanleg dan ook hebben. Ook kan blijken dat iemand drager is van een recessieve ziekte. Dit kan gevolgen hebben voor de gezondheid van toekomstige kinderen.
Gaat het om een ziekte die goed behandeld of voorkomen kan worden? Dan kan het goed zijn dat je daar op tijd achter komt. Maar als er toch niets aan de ziekte te doen is, willen sommige mensen er liever niets over weten.

Niet alle mutaties worden gezien

In Nederland is er voor gekozen om niet actief op zoek te gaan naar nevenbevindingen. Het kan dus zijn dat bij een DNA-onderzoek een afwijking in een bepaald gen (mutatie) niet is gezien, omdat hier niet naar gekeken is. Hoor je niets terug over nevenbevindingen? Dan betekent dat dus niet altijd dat er geen afwijkingen (mutaties) in het DNA zitten.

Wel of geen nevenbevindingen weten?

Als er DNA-onderzoek bij je wordt gedaan, dan bespreekt de klinisch geneticus met je of er kans is op nevenbevindingen. Je kunt dan aangeven of je bepaalde nevenbevindingen wel of niet wilt horen. Het verschilt per ziekenhuis hoe ze hier mee omgaan.  
Heel soms komt een afwijking naar voren die een gevaar kan zijn voor je gezondheid. Dan mag de klinisch geneticus er bij hoge uitzondering wel over vertellen. Dat geldt bijvoorbeeld als ze een erfelijke aanleg voor kanker ontdekken, waarbij je de kans op het krijgen van kanker kunt verkleinen.

Voorlichting door klinisch geneticus

Je kunt jezelf afvragen wat je wel en niet wilt weten over je eigen DNA. Praat hierover met je klinisch geneticus. Als je helemaal geen nevenbevindingen wilt weten, kun je er ook voor kiezen geen WES-onderzoek te laten doen.