Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe werkt DNA-onderzoek

Heb je ervoor gekozen om een DNA-onderzoek te laten doen? Lees hier hoe dat in zijn werk gaat en wat de uitslag kan opleveren.

Bloed of speeksel

Meestal wordt voor DNA-onderzoek bloed afgenomen. Soms moet je speeksel afgeven. Het bloed of speeksel wordt opgestuurd naar het laboratorium en daar onderzocht. Hieruit halen ze het DNA.

Techniek DNA-onderzoek

Als artsen vermoeden dat een afwijking in een bepaald gen een erfelijke ziekte kan veroorzaken, wordt dit onderzicht in een laboratoruim. Aan het DNA voegen ze in het laboratorium kleine stukken DNA toe. Deze kunnen het gen ‘herkennen’ waar men naar op zoek is. Als dat gebeurt, gaan ze er aan vast zitten. Daardoor ontstaat een chemische reactie. Die zorgt dat er een grote hoeveelheid van het betreffende gen gemaakt wordt. Daarmee kan met een computer de precieze code van dat gen bepaald worden. Deze code wordt vergeleken met de 'normale' code. Aan de code kunnen artsen zien of de afwijking in het gen zit. Dit noemen we ook wel 'sequencen'.

Grote delen DNA onderzoeken

Het ‘sequencen’, zoals hierboven beschreven, wordt steeds goedkoper en gaat steeds sneller. Hierdoor is het mogelijk om het hele DNA te onderzoeken. Dit noemen we ‘Next Generation Sequencing’. Met deze methode kan naar één bepaald gen of naar een aantal genen (genpakket) gekeken worden. Maar soms wordt naar aandoeningen gezocht waarvan nog niet zo veel bekend is. Of er is niet duidelijk in welk gen het probleem zit. Dan zal een groter deel van het DNA worden onderzocht. Als al het DNA bekeken wordt, noemen we dit ‘whole genome sequencing’. Kijk ook deze Engelse film over whole genome sequencing.

Onverwachte uitslag

Dit soort DNA-onderzoek kan informatie opleveren waar je niet naar op zoek was. Dat noemen we 'nevenbevindingen'.