|
uw onderwerp:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W XYZ OVERIG
|
|
Uitgebreide informatie over XYY-syndroom
Wat is het XYY-syndroom? Het XYY-syndroom is een zeldzame afwijking in de chromosomen van mannen. Jongens en mannen met het XYY-syndroom hebben naast hun normale X- en Y-chromosoom een extra Y-chromosoom. Synoniemen Wat zijn chromosomen? Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. Elke cel heeft een kern met daarin chromosomen, de dragers van erfelijke eigenschappen. Normaal zijn er in elke celkern 46 chromosomen aanwezig. Daarvan zijn er 22 die in duplo voorkomen: de niet- geslachtsbepalende chromosomen. Het 23-ste chromosomenpaar zijn de geslachtschromosomen. Vrouwen hebben twee X-chromosomen, mannen hebben een X- en een Y-chromosoom in elke lichaamscel. Geslachtscellen (de eicel en de zaadcel) hebben daarentegen geen 46 maar 23 chromosomen: van elk paar één, plus één geslachtschromosoom. Bij de bevruchting versmelten de twee geslachtscellen en ontstaat er weer een cel met 46 chromosomen. Die gaat zich vervolgens delen, waardoor ten slotte een mens ontstaat. Chromosoomonderzoek Wat zijn de kenmerken van jongens en mannen met XYY? Een pasgeboren jongen met XYY heeft geen karakteristieke kenmerken. De jongens zijn gewoonlijk normaal ontwikkeld bij de geboorte: ze hebben een normaal geboortegewicht, een normale lengte en geen lichamelijke afwijkingen. Een versnelde groeispurt in hun kinderjaren zorgt ervoor dat de jongens ongeveer zeven centimeter langer worden dan gemiddeld. Behalve hun lengte is ook het slanke postuur een typisch kenmerk van jongens met XYY.
Hoe vaak en bij wie komt het voor? Ongeveer 1 op de 1000 mannen heeft het XYY-syndroom. Dit betekent dat er in Nederland naar schatting 7500 mannen met het XYY-syndroom zijn. De meeste van deze 7500 mannen zullen dit niet van zichzelf weten. Dit komt doordat het XYY-syndroom weinig karakteristieke uiterlijke kenmerken heeft en er meestal geen aanleiding of reden voor een chromosoomonderzoek was. Wat zijn de oorzaken? De exacte oorzaak van een XYY-chromosomenpatroon is nog niet bekend. Wel blijkt uit onderzoek dat het patroon ontstaat door een afwijkende deling van het Y-chromosoom (een zogenaamde non-disjunction) tijdens de ontwikkeling van een zaadcel. De zaadcel bevat daardoor twee Y-chromosomen in plaats van één Y-chromosoom. Bij de bevruchting van een eicel (X) door zo'n zaadcel (YY) ontstaat een XYY-chromosomenpatroon in de bevruchte eicel. Alle cellen die daaruit voortkomen zijn niet samengesteld zoals het zou moeten: zij bevatten twee Y-chromosomen in plaats van één Y-chromosoom. Risicofactoren voor het optreden van zo'n abnormale deling zijn niet bekend. Is het XYY-syndroom erfelijk? Vaders met het XYY-syndroom hebben hoogstwaarschijnlijk geen verhoogde kans op een zoon met een extra Y-chromosoom. Ook zijn er geen andere factoren bekend die het risico op een zoon met XYY zouden verhogen. Is prenatale diagnostiek mogelijk? Tijdens de zwangerschap kunnen cellen van het ongeboren kind worden onderzocht op chromosoomafwijkingen. Dit kan door middel van een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest. Prenataal onderzoek wordt alleen uitgevoerd wanneer er voor het ongeboren kind een verhoogde kans is op: Zekerheid Is er een behandeling? De enigszins verlate emotionele ontwikkeling van jongens met XYY in samenhang met hun licht verhoogde kans op leerproblemen op school, vraagt om vroege en adequate stimulering. Extra hulp in de vorm van bijvoorbeeld pedagogische ondersteuning en bijlessen (remedial teaching) op school kunnen de problemen ondervangen. Bij een achterstand in de spraakontwikkeling is het van belang om tijdig een logopedist in te schakelen. Het hebben van een XYY-chromosomenpatroon is blijvend: er is geen behandeling die de oorzaak ervan (voor zover die al bekend is) kan wegnemen. Wat is de toekomstverwachting? Jongens met XYY ontwikkelen zich in het algemeen op alle gebieden binnen de normale marges. Een goede, stimulerende en stabiele omgeving kan daaraan bijdragen. Wanneer vroegtijdig eventuele problemen worden onderkend, zullen de jongens zich met extra hulp normaal kunnen ontwikkelen. Waar kunt u terecht voor meer informatie? Informatiepunt XYY
Colofon Deze tekst werd samengesteld in januari 2000 door de VSOP met medewerking van: |
Een vraag stellen? Klik hier.
© Stichting Erfocentrum 2001-2008 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid, Zwangerschap en Medische Biotechnologie.
Het Erfocentrum wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de Centra voor Klinische Genetica en donaties.
Het Erfocentrum is een non-profitorganisatie en kan ook uw steun goed gebruiken. Steun ons!.
