Congenitale myotonie
Synoniemen
Myotonia congenita
Ziekte van Becker
Becker myotonie
Ziekte van Thomsen
Thomsen myotonie
Korte beschrijving
Congenitale myotonie is de verzamelnaam voor twee erfelijke aandoeningen waarbij de spieren na inspanning te langzaam ontspannen. Het gevolg is dat de spieren van het skelet stijf kunnen zijn als er na een periode van rust een beweging wordt gemaakt. Er zijn twee typen congenitale myotonie: Thomsen myotonie en Becker myotonie.
Bij congenitale myotonie is er tijdelijke stijfheid in de spieren van de benen, maar de tijdelijke stijfheid kan ook in andere spieren optreden. Bij Becker myotonie kan een bepaalde mate van spierzwakte aanwezig blijven. Het uiterlijk kan er juist gespierd uit zien. Thomsen myotonie begint meestal op jongere leeftijd dan Becker myotonie. De kenmerken van Thomsen myotonie zijn vaak milder dan die van Becker myotonie.
Becker myotonie is niet dezelfde aandoening als Becker spierdystrofie.
Diagnose
Congenitale myotonie kan worden vermoed op grond van de bovenstaande kenmerken. Met bloedonderzoek en meting van de elektrische activiteit van de spieren kan de diagnose gesteld worden. Met genetisch onderzoek kan de diagnose meestal worden bevestigd.
Behandeling
Congenitale myotonie is niet te genezen. Vaak zijn er geen medicijnen nodig voor de spierstijfheid. Soms is de spierstijfheid hevig. Dan kunnen medicijnen helpen.
Voorkomen (frequentie)
Er zijn in Nederland ongeveer tien families bekend met Thomsen myotonie. Becker myotonie komt ongeveer bij 2 op de 100.000 personen voor.
Overerving
Thomsen myotonie erft autosomaal dominant over. Becker myotonie erft autosomaal recessief over.
Meer informatie
Thomsen myotonie
Informatie van de Vereniging Spierziekten Nederland
Becker myotonie
Informatie van de Vereniging Spierziekten Nederland
Nema
Vlaamse Vereniging Neuromusculaire Aandoeningen
NINDS
Engelstalige patiënteninformatie over Becker myotonie en Thomson myotonie van de National Institute of Neurological Disorders and Stroke.
Klik hier als u een link wilt toevoegen.
Update
September 2007 door het Erfocentrum.
In samenwerking met de afdeling Klinische Genetica van het Leids Universitair Medisch Centrum.