X-gebonden (geslachtsgebonden) dominante overerving

wo 14 aug 2013
Printvriendelijke versieE-mailPDF version

Bij X-gebonden dominante ziektes zit er een foutje (mutatie) op het X-chromosoom. Als iemand zo’n mutatie heeft, krijgt hij of zij de ziekte. 

Mannen hebben één X-chromosoom en één Y-chromosoom (XY), vrouwen hebben twee X-chromosomen (XX).

De kans dat een kind een X-gebonden dominante aandoening van de ouders erft, hangt af van welke ouder de mutatie heeft.

Als de moeder(XX) de mutatie heeft kan ze aan haar zoons of dochters een X-chromosoom met de mutatie óf het gezonde  X-chromosoom doorgeven. De kans is dan dus 1 op de 2 (50%) dat haar zoons of dochters de aandoening krijgen (en 50% kans om het niet te krijgen).

Voor een vader (XY) met de mutatie is dit anders: hij geeft de mutatie altijd door aan zijn dochters, want zij krijgen altijd zijn X-chromosoom. Alle dochters van een vader met een X-gebonden dominante aandoening krijgen dus de aandoening. Zonen erven het Y-chromosoom van hun vader; zij kunnen de aandoening dus niet krijgen.

X-gebonden dominante aandoeningen kunnen ook het gevolg zijn van een nieuwe mutatie.

Voorbeelden van X-gebonden dominante aandoeningen zijn het syndroom van Alport en Rett syndroom.
 

Meer informatie

Colofon: 

 

Auteur
Drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog)

Redactie
Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter)

Aanmaakdatum: 
31-08-10
Updatedatum: 
02-12-15

Stel een vraag

ma 2 dec 2013
Printvriendelijke versieE-mailPDF version
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Image CAPTCHA
Voer de karakters uit afbeelding in.