Erfelijke borstkanker wordt veroorzaakt door een verandering in het erfelijk materiaal. Mensen met deze verandering hebben een verhoogde kans op borstkanker.
Bij kanker gaat er iets mis met de groei van cellen in het lichaam. De cellen groeien op een onbeheerste manier, waardoor een gezwel kan ontstaan. Gezwellen worden ook wel tumoren genoemd.
Bij kanker ontstaan een of meer kwaadaardige tumoren. Kwaadaardige tumoren kunnen de weefsels waar ze in groeien verdrukken of beschadigen. Ook kan de kanker zich na een tijd verspreiden door het lichaam. Dit wordt uitzaaien genoemd.
Een kenmerk dat misschien wijst op borstkanker, is het voelen van een verdikking of knobbeltje in een borst. Ook veranderingen aan de huid of de tepel, vocht uit de tepel, eczeem bij de tepel en ontstekingen in de borst kunnen bij borstkanker horen.
Meestal begint borstkanker pas op latere leeftijd. Dit komt doordat het ontstaan van kanker meestal geleidelijk verloopt. Maar vooral bij erfelijke borstkanker kan de eerste tumor op jongere leeftijd verschijnen.
Er zijn meerdere kenmerken die kunnen wijzen op een erfelijke vorm van borstkanker. Bijvoorbeeld dat iemand borstkanker voor het 50ste jaar krijgt. Of dat er in een familie meerdere mensen borstkanker hebben aan één kant van de familie. Ook eierstokkanker of kanker bij een man kan een aanwijzing zijn voor een erfelijke vorm van kanker.
De oorzaak is vaak een verandering in het in het erfelijk materiaal van het BRCA1-gen of het BRCA2-gen. Deze verandering zorgt bovendien voor een verhoogde kans op eierstokkanker. Maar ook mensen met bijvoorbeeld het Li-Fraumeni syndroom of het ziekte van Cowden hebben een verhoogde kans op borstkanker.
Bij (erfelijke) borstkanker kunnen ook mannen worden aangedaan en zij kunnen de aanleg doorgeven aan hun zonen en dochters.
Borstkanker kan worden vermoed door veranderingen aan de borst of tepel. De diagnose kan bevestigd worden door met een mammografie een soort foto van de borst te maken. En door weefsel uit de borst te onderzoeken (biopsie).
Erfelijke borstkanker kan worden vermoed als bijvoorbeeld meerdere familieleden borstkanker hebben. In families waar een vermoeden is van een erfelijke vorm van borstkanker, kan DNA onderzoek verricht worden naar een verandering in de borstkankergenen. Hiervoor is bij voorkeur de medewerking nodig van een familielid die borst- en/of eierstokkanker heeft of heeft gehad.
De behandeling verschilt van persoon tot persoon. De behandeling hangt bijvoorbeeld af van de grootte van de tumor, de hoeveelheid tumoren, en of er uitzaaiingen zijn.
Vaak bestaat de behandeling uit een combinatie van therapieën. Met een operatie kan de tumor of de hele borst worden weggehaald. Ook kunnen de klieren in de oksel worden weggehaald en onderzocht op uitzaaiingen.
Met medicijnen kan de tumor kleiner worden gemaakt of de kans dat een tumor terugkomt worden verminderd. Voorbeelden hiervan zijn chemotherapie en hormoontherapie. Bestraling kan hier ook bij helpen. Bestraling wordt ook wel radiotherapie genoemd.
Af en toe wordt een micro-array gedaan. Met een micro-array bekijken onderzoekers het erfelijk materiaal van een tumor. Zo kunnen ze voorspellen hoe de kanker zich zal gedragen.
Iemand met een verhoogde kans op borstkanker wordt aangeraden om regelmatig de borsten te laten onderzoeken. Hierdoor kan eventuele borstkanker in een vroeg stadium worden vastgesteld.
Soms kiezen mensen met een hoge kans op borstkanker ervoor om hun borsten, eierstokken en/of eileiders te laten verwijderen. Dit verkleint de kans op borstkanker.
Jaarlijks wordt bij ongeveer 13.000 vrouwen en 100 mannen de diagnose borstkanker gesteld in Nederland. Ongeveer 1 op de 9 vrouwen in Nederland krijgt borstkanker. Bij ongeveer 1 op de 20 tot 2 op de 20 (5 tot 10%) van deze diagnoses gaat het om een erfelijke vorm van borstkanker. De twee bekendste vormen worden veroorzaakt door een verandering in het BRCA1-gen of het BRCA2-gen in het erfelijk materiaal.
Erfelijke borstkanker die veroorzaakt wordt door een mutatie in het BRCA1-gen of het BRCA2-gen erft autosomaal dominant over. Van andere soorten erfelijke borstkanker is de manier van overerven niet altijd duidelijk.
Als erfelijke borstkanker onderdeel is van een syndroom, bepaalt het syndroom de manier van overerven.
Door de verandering in het erfelijk materiaal erft iemand een verhoogde kans op borstkanker. Niet iedereen met een verhoogde kans op borstkanker krijgt daadwerkelijk borstkanker.
Auteur
Ragna Senf, MSc (bioloog)
Gebaseerd op een tekst van Henriëtte Vrij en Margreet op 't Hof
Deze tekst is inhoudelijk gecontroleerd door een klinisch genetisch centrum.
Redactie
Petra Bloem (informatiespecialist), drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog), Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter)