De ziekte van Alzheimer is een vorm van dementie. De oorzaak is meestal niet precies bekend, maar heel soms is de ziekte erfelijk. Dan is een verandering in het erfelijk materiaal de oorzaak.
Bij de ziekte van Alzheimer raakt het weefsel in de hersenen geleidelijk beschadigd. Hierdoor ontstaat dementie: het geheugen wordt steeds minder goed en mensen worden vergeetachtig. Mensen met de ziekte van Alzheimer kunnen problemen krijgen met het herkennen van voorwerpen of mensen. Het beoordelingsvermogen neemt af en het wordt lastig om helder te denken. Op den duur kunnen dagelijkse taken niet meer worden uitgevoerd, zoals aankleden en iemand opbellen.
Met verloop van tijd veranderen soms de persoonlijkheid en het gedrag. Mensen met deze aandoening kunnen rusteloos en gespannen zijn, plotseling van humeur veranderen en/of liever op zichzelf zijn. Ook ontstaan meestal problemen met spreken, schrijven en het begrijpen van taal. Bijvoorbeeld omdat iemand met de ziekte van Alzheimer niet op het juiste woord kan komen.
Verder komen vaak de volgende lichamelijke kenmerken voor: gewichtsverlies, verminderde kracht in de spieren, moeheid en de urine niet kunnen ophouden.
Het verloop van de ziekte verschilt per persoon. Soms hebben mensen met de ziekte van Alzheimer jarenlang alleen licht geheugenverlies. Andere mensen gaan binnen een jaar zo achteruit, dat ze de hele dag in bed liggen.
De ziekte van Alzheimer begint meestal na het 65ste levensjaar. Bij minder dan 5% van de mensen beginnen de eerste kenmerken eerder. Meestal gaat het dan om een erfelijke vorm van de ziekte.
Bij de diagnose van de ziekte van Alzheimer gaat het vooral om het uitsluiten van andere ziekten en vormen van dementie. Daarom is over het algemeen een uitgebreid onderzoek nodig. Zo worden het bloed en de zenuwen onderzocht. Door een psycholoog kunnen bepaalde functies van de hersenen worden nagegaan. En met een soort foto’s (MRI of CT-scan) en film (EEG) van de hersenen worden andere oorzaken uitgesloten.
Als er geen andere aandoeningen worden gevonden, gaat het waarschijnlijk om de ziekte van Alzheimer. Momenteel kan deze ziekte alleen met zekerheid worden vastgesteld door hersenonderzoek na de dood.
Als de ziekte vaker in een familie voorkomt of als de eerste kenmerken op jonge leeftijd ontstaan, kan men onderzoeken of er een erfelijke oorzaak is. Met genetisch onderzoek wordt gekeken of het om een erfelijke vorm van Alzheimer gaat.
De ziekte van Alzheimer is niet te genezen. De behandeling richt zich op het verminderen van de kenmerken. Er zijn medicijnen die het verloop van de ziekte kunnen vertragen. Daarnaast kunnen andere medicijnen helpen bij veranderingen in het gedrag.
In een later stadium zijn mensen met de ziekte van Alzheimer volledig afhankelijk. Meestal is dan opname in een verpleeghuis nodig.
De schattingen over hoe vaak de ziekte van Alzheimer voorkomt, lopen uiteen. De kans op de ziekte van Alzheimer neemt in ieder geval toe met de leeftijd. Ongeveer 7% tot 14% van de mensen ouder dan 65 jaar heeft de aandoening. Bij mensen ouder dan 80 jaar loopt de kans op tot minstens 40%. De ziekte lijkt vaker voor te komen bij mensen met het Downsyndroom.
De ziekte van Alzheimer erft meestal multifactorieel over. Dit houdt in dat zowel omgevingsfactoren als erfelijke aanleg een rol spelen bij het ontstaan.
Heel soms, bij minder dan 5% van de mensen, gaat het om een erfelijke vorm. Dan is sprake van autosomaal domimante overerving.
Auteur
Ragna Senf, MSc (bioloog)
Redactie
Petra Bloem (informatiespecialist), drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog), Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter)