Acromegalie is aandoening van de hypofyse. De hypofyse is een kleine klier onder aan de hersenen. De hypofyse maakt onder andere groeihormoon. Dit hormoon zorgt voor groei. Bij acromegalie ontstaat in een deel van de hypofyse een meestal goedaardig gezwel. Soms speelt erfelijkheid een rol bij het ontwikkelen van acromegalie.
Acromegalie kan op iedere leeftijd beginnen. Meestal wordt het vastgesteld op middelbare leeftijd. Wanneer acromegalie op jonge leeftijd ontstaat, kan iemand heel lang worden. Dat noemen we reuzengroei.
Acromegalie begint vaak met het groter worden van de handen en voeten. Ook kunnen deze gezwollen zijn. Hierdoor kunnen ringen, horloges en schoenen niet meer passen. Ook kunnen de gelaatstrekken veranderen omdat de onderkaak en het bot van de neus groter worden. Verder kan er arthritis en suikerziekte ontstaan. Daarnaast kunnen er pijn aan gewrichten, vermoeidheid, hoofdpijn en slechter kunnen zien zijn.
Acromegalie wordt vermoed op grond van bovenstaande kenmerken. De diagnose wordt gesteld door bloedonderzoek. Verder wordt een MRI gemaakt om de bepalen waar het gezwel precies zit. Met MRI kunnen afbeeldingen gemaakt worden van de binnenkant van het lichaam.
De behandeling richt zich op het verminderen van de kenmerken. Dit gebeurt meestal door middel van een operatie aan de hypofyse waarbij een chirurg het gezwel weghaalt Ook kunnen medicijnen gegeven worden. Soms is bestraling van het gezwel nodig.
Acromegalie komt ongeveer voor bij 3 tot 4 op de op de miljoen mensen.
Meestal komt acromegalie bij een persoon in de familie voor. Soms komt het vaker voor in een familie. Dus een enkele keer speelt erfelijkheid een rol.
Kent u beeldmateriaal over deze ziekte? Stuur ons dan een mail met de link naar de website.
Auteur
drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog)
Redactie
Petra Bloem (informatiespecialist) en Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter)