α-1 antitrypsine deficiëntie (AAT) is een erfelijke aandoening van de longen en de lever. De oorzaak is een verandering in het erfelijk materiaal.De stof a-1-antitrypsine regelt de werking van bepaalde enzymen in het lichaam. Deze stof wordt in de lever gemaakt. Enzymen kunnen bepaalde stoffen afbreken. Zo worden enzymen bijvoorbeeld in wasmiddelen gebruikt om vetten af te breken. De stof alfa -1 antitrypsine regelt gewoonlijk de werking van een van die enzymen, namelijk het enzym ‘neutrofiele elastase’.Bij AAT zit er te weinig a-1-antitrypsine in het bloed. Daardoor kan het de werking van het enzym ‘neutrofiele elastase’ niet goed regelen. Dit enzym heeft tot taak om bacteriën af te breken. Zo beschermt dit enzym ons lichaam gewoonlijk tegen infecties. Bij a -1 antitrypsine kan het neutrofiele elastase kan daaardoor, naast bacteriën, ook weefsels van het eigen lichaam - vooral de longen en soms de lever – beschadigen.De kenmerken van de longschade bij AAT beginnen meestal op volwassen leeftijd. Het is te merken aan een piepende ademhaling, kortademigheid en moeite met inspannen.. Later kunnen ook gewichtsverlies, terugkerende luchtweginfecties, vermoeidheid en longemfyseem optreden. Bij longemfyseem kunnen ademhalingmoeilijkheden en hoesten horen. Soms raakt bij alfa-1 antitrypsine deficiëntie de lever beschadigd. De schade kan beginnen op kinderleeftijd of op volwassen leeftijd. Op kinderleeftijd kan de leverschade zich uiten als een gele huid en geel oogwit. Op volwassen leeftijd kan een beschadigde lever leiden tot een opgezette buik, gele huid en geel oogwit en opgezwollen voeten of benen.Of en de mate waarin de kenmerken optreden, verschilt van persoon tot persoon.
α-1antitrypsine deficiëntie kan worden vermoed op grond van de bovenstaande kenmerken. Bloedonderzoek en DNA onderzoek kunnen de diagnose bevestigen. Prenataal onderzoek bij een ongeboren kind is mogelijk, als de verandering in het erfelijke materiaal die de alfa-1 antitrypsine deficiëntie veroorzaakt bekend is.
AAT is niet te genezen. De behandeling is gericht op het verminderen van de kenmerken. Voor de longaandoeningen kunnen eventueel medicijnen en het toedienen van zuurstof uitkomst bieden. Bij ernstige schade aan de longen en/of lever kan een long- en/of levertransplantatie nodig zijn.
Alfa -1 antitrypsine deficiëntie komt in Europa bij ongeveer 1 tot 2 op 5.000 personen voor.
AAT erft autosomaal recessief over.
Kent u beeldmateriaal over deze ziekte? Stuur ons dan een mail met de link naar de website.
Auteur
Drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog)
Redactie
Petra Bloem (informatiespecialist), Ragna Senf, MSc (bioloog), Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter)