|
uw onderwerp:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W XYZ OVERIG
|
|
Hemoglobinopathieën
Deze informatie is bedoeld voor (para)medici Hemoglobinopathieën, een groep van aandoeningen veroorzaakt door stoornissen in de structuur of aanmaak van hemoglobine (Hb), zijn de meest voorkomende autosomaal recessief erfelijke ziekte bij de mens. Sikkelcelziekte, de bekendste vorm van hemoglobinopathie, kan zich reeds in de 'homozygoot' rond de 6e levensmaand manifesteren met acute infecties met fatale afloop en kan later ernstige pijnaanvallen, infarcten in allerlei organen en ernstige hemolytische crises veroorzaken. De oorzaak van deze klachten is de vervorming van de erytrocyten (sikkelcellen) door een structurele afwijking in de ß-keten van de Hb-molecule (normaal Hb bestaat bij volwassenen voornamelijk uit 2 ß- en 2 a ketens). Sommige HbS-homozygoten kunnen oud worden met matige, periodiek optredende klachten, andere vertonen al op jonge leeftijd ernstige klachten. ß-Thalassaemia major (ofwel Cooley's anemie) is het gevolg van het totaal ontbreken van ß-globine-expressie (homozygote ß-thalassemie). Deze aandoening gaat met ernstige hemolytische anemie gepaard, waardoor de patiënt, meestal vanaf de 6e levensmaand, geheel afhankelijk wordt van bloedtransfusies. Ondanks intensieve behandeling overlijden deze patiënten meestal reeds in het 2e of 3e decennium. Bij a-thalassemie is de mate voor van de a-globine expressie bepalend voor het fenotype. Wanneer de expressie van alle 4 de a-genen ontbreekt, ontstaat de ernstige Hb-Bart's hydrops foetalisfenotype (intra-ueterien letaal). Wanneer de expressie van 3 van de 4 a-genen ontbreekt, kan een matige tot ernstige pre- en postnatale microcytaire hypochrome hemolytische anemie ontstaan (HbH-ziekte). De genen
Het a-globinegencluster bevindt zich in een gebied van circa 30.000 basenparen op de korte arm van chromosoom 16, waar, naast het embryonale z-gen, ook twee sterk homologe genen (a1, en a2), die zowel pre- als postnataal actief zijn, vlak naast elkaar liggen. De a-gendefecten worden vaak door deleties veroorzaakt, maar puntmutaties komen ook regelmatig voor. Defecten waarbij één of twee genen zijn uitgeschakeld, produceren slechts niet-ernstige a-thalassemievormen, waarbij het fenotype doorgaans geen ziekte vertoont. Bij het totaal ontbreken van a-globine-expressie (homozygote ao-thalassemie) ontstaat een ernstige hydrops foetalis, die met intra-uteriene of perinatale dood eindigt. Bij mensen bij wie slechts 1 van de 4 a-globinegenen werkzaam is, kunnen matige tot ernstige pre- en postnatale a-thalassemievormen ontstaan (HbH-ziekte). Diagnostiek
Dragers
BEHANDELING Sikkelcelziekte
Volwassen patiënten met ernstige klachten en vaak voorkomende crises kunnen met wisseltransfusie (haemaferese) worden behandeld. Dit type van bloedtransfusie is voor lijders aan SCZ beter dan de gewone transfusie. Met wisseltransfusie wordt een deel van het bloed van patiënt geruild met bloed van donoren. Hiermee worden cellen met HbS verwijderd en vervangen met cellen met HbA. Gevaarlijke bijverschijnselen zoals stijgingen van bloeddikte en ijzerstapeling zijn met wisseltransfusie veel minder. Met circa 6 wisseltransfusies per jaar kunnen de crises bij de ernstige SCZ patiënt sterk worden verminderd. Wisseltransfusie
Beta (ß) thalassemie
Bij sommige ß-thalassemie major patiënten is een beenmerg transplantatie (BMT) een optie. Hiervoor is een geschikte donor nodig, meestal een broer of zus, die al of niet drager is. Als de BMT succesvol is (in 50 a 90 % van de gevallen) kan de patiënt herstellen en verder leven zonder bloed transfusies. BMT is echter een forse ingreep waarbij risico bestaat voor acute of chronische afstotingsreacties. Door een transfusie regiem toe te passen en het Hb-peil zo hoog en constant mogelijk te houden worden de gevolgen van de ziekte bestreden. Er ontstaat echter door de vele transfusies een fors ijzeroverschot dat uit het lichaam dient te worden afgevoerd. Dit geschiedt meestal d.m.v. een nachtelijke infuus van het medicijn Desferoxamine. Bij het toedienen van bloed is een regiem van 'minder maar vaker' te prefereren boven een van 'veel met langere intervallen'. Bij een regiem met een interval van 2-3 weken wordt minder bloed gebruikt, vindt minder ijzerstapeling plaats en wordt een constantere hemoglobinewaarde gehandhaafd die niet onder de 5.9 mmol/l mag zakken. Elke transfusie voegt echter een grote hoeveelheid ijzer toe aan de ijzervoorraad in het lichaam en er ontstaat op den duur toch ijzer stapeling. Portaal fibrose en cardiopathie t.g.v. ijzerstapeling zijn de levensbedreigende complicatie bij oudere patiënten met meest voorkomende complicatie bij oudere patiënten met ß-thalassemie major. Door middel van een gecombineerde behandeling van Desferal en de orale chelant L1, is een goede ontijzering van lever en hart recent gerapporteerd. Meer informatie
Colofon
Basisinformatie Hemoglobinopathieën
Meer informatie voor (para)medici |
Een vraag stellen? Klik hier.
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid, Zwangerschap en Medische Biotechnologie.
Het Erfocentrum wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de Centra voor Klinische Genetica en donaties.
Het Erfocentrum is een non-profitorganisatie en kan ook uw steun goed gebruiken. Steun ons!.
