|
uw onderwerp:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W XYZ OVERIG
|
|
Genen: dominant, recessief of even sterk
In onze cellen zitten van elk chromosoom twee kopieën, één van onze vader en één van onze moeder. Dat betekent dat er van elk gen dus ook twee zijn. Voor elke eigenschap, zoals bijvoorbeeld de haarkleur, zijn er dus twee genen verantwoordelijk. Maar dat wil nog niet zeggen, dat deze genen ook precies hetzelfde zijn. Het kan bijvoorbeeld dat we een gen voor bruin haar van onze moeder erven, en een gen voor blond haar van onze vader. Welke kleur haar krijgt het kind dan? Wat het kind zal erven is de vraag bij elke eigenschap. Maar het antwoord zal verschillen per eigenschap, en is afhankelijk van het 'type' gen. Er zijn drie verschillende typen genen te onderscheiden; dominante genen, recessieve genen en co-dominante genen. Dominante genen bepalen bijna altijd de eigenschap. Een dominant gen overheerst namelijk het andere gen van het tweetal. Recessieve genen daarentegen komen meestal niet tot uiting. Recessieve genen worden onderdrukt door het andere, dominante gen. Wanneer twee genen van een tweetal allebei recessief zijn, komt deze recessieve eigenschap wel tot uiting. En er zijn ook ‘typen’ genen die een bepaalde eigenschap bepalen, die van elkaar verschillen maar die toch even sterk zijn. Die genen worden dan co-dominant genoemd.
Bloedgroep Een voorbeeld van de verschillende ‘typen’ genen zien wij bij onze bloedgroep: drie verschillende 'typen' genen komen allemaal voor in onze bloedgroepen. Er zijn drie genen die onze bloedgroep bepalen: A, B of O (nul). Het gen A en gen B zijn co-dominant, even sterk dus. Het gen O is recessief, terugwijkend dus, ten opzichte van zowel A als B. Er zijn een aantal combinaties (genotypen) van bloedgroepen van deze drie genen: AA, AO, BB, BO, AB en OO. Iemand die bloedgroep O heeft, heeft dus zeker twee genen voor bloedgroep O, namelijk OO. Anders wordt het gen O overheerst door een dominant gen A of B. De combinatie AA en AO levert allebei bloedgroep A op, omdat het dominante gen A het recessieve gen O overheerst. De combinatie BO geeft bloedgroep B, omdat gen B dominant is over gen O. Iemand die zowel het gen A als het gen B heeft, heeft bloedgroep AB, want deze genen zijn even sterk, co-dominant. Genotype en fenotype Zoals in bovenstaand voorbeeld te zien is, kunnen verschillende combinaties (genotypen) van genen leiden tot dezelfde eigenschap (het fenotype). Iemand die het genotype AA heeft, heeft uiteindelijk bloedgroep A (fenotype), net zoals iemand met het genotype AO. Het dominante gen bepaalt de eigenschap, ofwel het fenotype. Alleen bij afwezigheid van een dominant gen krijg je een recessief fenotype (OO). Informatie over erfelijkheid op deze website Verwante onderwerpen op deze site Auteur Drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog) Redactie Petra Bloem (informatiespecialist), Ragna Senf, MSc (bioloog) en Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter) Deze tekst is inhoudelijk gecontroleerd door een klinisch genetisch centrum. De bewerkte afbeelding komt oorspronkelijk van de U.S. National Library of Medicine. Datum Update juli 2010 door het Erfocentrum |
Een vraag stellen? Klik hier.
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid, Zwangerschap en Medische Biotechnologie.
Het Erfocentrum wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de Centra voor Klinische Genetica en donaties.
Het Erfocentrum is een non-profitorganisatie en kan ook uw steun goed gebruiken. Steun ons!.
