|
uw onderwerp:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W XYZ OVERIG
|
|
Bloedverwantschap
Inleiding
Een persoon zal zelf, net als de ouders, ook aan zijn/haar kinderen weer de helft van de genen geven. Het doorgeven van genen gebeurt willekeurig, je kunt het niet beïnvloeden. In deze genen kunnen afwijkingen ontstaan. Soms niet merkbaar, soms ingrijpend, met ernstige aandoeningen als gevolg. We hebben allemaal van die afwijkingen in de genen. Toch is de kans dat iemand een kind krijgt dat daardoor een aandoening heeft, heel klein. In Nederland hebben ongeveer 4 op de 100 kinderen (4%) een aangeboren aandoening. Autosomaal recessieve overerving
Bij mensen die familie van elkaar zijn (bloedverwantschap wordt ook wel consanguïniteit genoemd), zijn meer overeenkomsten in het erfelijk materiaal (de genen) dan bij mensen die niet verwant zijn. Bij een afwijkend gen is de kans groter dat bloedverwanten hetzelfde afwijkende gen hebben. Zelf merkt iemand daar niets van. Het afwijkende gen gaat bij hen dus samen met een gezond gen. Als familieleden samen kinderen krijgen is de kans groter dat twee afwijkende genen bij elkaar komen. Hierdoor hebben bijvoorbeeld neven en nichten, meer kans op het krijgen van kinderen met een autosomaal recessieve aandoening. Autosomaal dominante overerving
Verwantschap
Een volle neef en nicht hebben als gemeenschappelijke voorouders één paar grootouders. Kinderen van een volle neef en nicht hebben 3 tot 5% (3 tot 5 op de 100) meer kans op een erfelijke aandoening. Dan is de totale kans op een erfelijke aandoening voor een kind van een neef en nicht dus 5 tot 8% (5 to 8 op de 100). Ook achterneven en –nichten hebben meer kans op een kind met een aandoening. Als er erfelijke aandoeningen in de familie voorkomen, kan de kans op een kind met een aandoening veel groter zijn. Als twee mensen samen een kind met een bepaalde aandoening krijgen, dan is het van belang om te bepalen of deze aandoening erfelijk is. Meer informatie
Het RIVM bracht in maart 2008 een rapport uit over bloedverwantschap: Kinderwens van consanguine ouders: risico`s en erfelijkheidsvoorlichting. Informatie over erfelijkheid op deze website Verwante onderwerpen op deze site Auteur Drs. Marloes Brouns-van Engelen (medisch bioloog) Gebaseerd op een tekst van de VSOP (juni 2001). Redactie Petra Bloem (informatiespecialist), Ragna Senf, MSc (bioloog) en Mies Wits-Douw (publieksvoorlichter) Datum Juli 2010 |
Een vraag stellen? Klik hier.
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid, Zwangerschap en Medische Biotechnologie.
Het Erfocentrum wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de Centra voor Klinische Genetica en donaties.
Het Erfocentrum is een non-profitorganisatie en kan ook uw steun goed gebruiken. Steun ons!.
